Invloed van de zon op aardse temperatuur
Jul 27th 2010Hans LabohmFrontpage
Kees de Jager
Kees de Jager attendeerde mij onlangs op (alweer) een nieuwe publicatie van hem, samen met Silvia Duhau en Bas van Geel: ‘Quantifying and specifying the solar influence on terrestrial surface temperature’ (Journal of Atmospheric and Solar-Terrestrial Physics, vol. 72, 926 – 937, 2010.) De samenvatting is hier te vinden.
Ik vroeg hem of hij bereid was om deze tekst, die naar ik aanneem slechts voor een uiterst selecte groep deskundigen toegankelijk is, te ‘vertalen’ in ‘baby talk’ voor een breder lezerspubliek. Hij was daar wel voor te porren. Hieronder staat het resultaat daarvan.
Het valt op dat deze analyse in een aantal opzichten zowel afwijkt van die van de AGWers als van de klimaatsceptici. Kortom, dat kan weer een leuk debat worden. Maar ja, ‘du choc des opinions jaillit la vérité.’
Van Kees de Jager:
De zon is een uiterst stabiele lichtbron: de totale stralingsstroom neemt gedurende al enkele miljarden jaren geleidelijk toe, maar met niet meer dan 0,15% per miljoen jaar, onmeetbaar gering. Maar daarop gesuperponeerd zijn er talloze uitingen van kortdurende activiteit, zoals de zonnevlekken, verhoogde straling (hoofdzakelijk ultraviolet; de ‘Total Solar Irradiance’ – TSI), de sterk variabele zonnewind, de explosieve zonnevlammen, de eveneens explosieve magnetisme meedragende gaswolken die Coronale Massa Emissies (CME) worden genoemd. Om een indruk van de energieën te geven: een zonnevlam zowel als een CME hebben beide een totale energie van de orde van een tot tien miljard Hirosjima atoombommen. Tijdens de laatste helft van de vorige eeuw waren er per dag gemiddeld ca. 3 tot 8 zonnevlammen en even zovele CME’s.
Al deze kortdurende verschijnselen vinden hun oorsprong in twee gebieden van verhoogde magnetische veldsterkte op de zon. Het meest opvallend zijn de equatoriale magnetische gebieden, die gekenmerkt worden door de zonnevlekken. Dit zijn op zichzelf inactieve structuren, maar ze vallen op. Bovendien zijn ze de kernen van de equatoriale Activiteitsgebieden, waar, onder meer, de verhoogde straling, de zonnevlammen en de CME’s hun oorsprong vinden. Wat de meeste onderzoekers van de zon-klimaat relaties echter niet in acht namen is dat er ook een polair magnetisch veld is, in totale sterkte (totale magnetische flux) geheel vergelijkbaar met het equatoriale veld. Samen zijn deze twee velden verantwoordelijk voor het gehele complex van kortdurende veranderingen, dat zonsactiviteit wordt genoemd. De twee velden wisselen in sterkte in een 11 jaarlijkse cyclus. Als het equatoriale veld maximaal is, is het polaire minimaal en omgekeerd. Betrouwbare gegevens over het equatoriale veld zijn beschikbaar vanaf 1610; over het polaire vanaf 1844.
We hebben, als eersten, de samenhang tussen de aardse grondtemperatuur en de totale variatie (dus: beide magnetische componenten) van de zonsactiviteit onderzocht. We deden dat voor de periode 1610 resp. 1844 tot 1970 (dat laatste jaartal is opzettelijk zo gekozen, het is vóór de periode van significante globale opwarming, boven de sinds de 17e eeuw optredende gestage opwarming). We middelden overal de kortperiodieke (11-jaarlijkse) veranderingen uit en concentreerden ons zo op de variatie op wat langere termijn.
Waarom hebben andere onderzoekers dit niet gedaan? Vermoedelijk omdat men, onder de indruk van de zichtbare zonnevlekken tot de oppervlakkige gedachte kwam dat dit het enige veranderlijke zou zijn in de zonsactiviteit.
We bestudeerden de zeven meest recente temperatuur datareeksen van verschillende bronnen en instituten, waarbij we ons beperkten tot publicaties uit de gereferee-de internationale tijdschriften. We vonden voor de periode 1610 – 1970 een gemiddelde temperatuurtoename van 0,087 graad per eeuw. Ook de twee aspecten van zonsactiviteit, de equatoriale en polaire magnetische fluxen, namen toe gedurende deze periode. Dat alleen al suggereert een samenhang. Van die temperatuurtoename van 0,087 graad per eeuw komt 0,077 graad per eeuw op rekening van het equatoriale magneetveld. Dit kan geheel verklaard worden: de helft van die toename komt door de gelijktijdige toename van de ultraviolette straling in het equatoriale magneetveld die op zichzelf al leidt tot een toename van de aardse grondtemperatuur, maar de andere helft van de aardse opwarming wordt veroorzaakt door ‘positieve terugkoppeling’ door toenemende verdamping van zeewater. Waterdamp is een zeer sterk broeikasgas. Als het warmer wordt verdampt meer water; er komt dus meer waterdamp in de atmosfeer en door het zo versterkte broeikaseffect stijgt de temperatuur verder, en dat geeft nog meer verdamping, nog meer opwarming, enz. In totaal verdubbelt dit het effect. Er zijn vele terugkoppelingsmechanismen, sommige negatief, andere positief. Waterdamp heeft een sterke positieve terugkoppeling, die ruwweg tot een verdubbeling van de initiële temperatuurverhoging leidt. Deze terugkoppeling wordt door veel onderzoekers veronachtzaamd en dat verklaart waarom de invloed van de zon op het klimaat doorgaans insignificant wordt genoemd.
Een fractie van – 0,040 graad per eeuw komt op rekening van het polaire veld. Als dat veld minimaal is, is de opwarming het sterkst. Daarvoor is nog geen verklaring gevonden, maar we denken aan de invloed van de zeer versterkte zonnewind die optreedt tijdens het minimum van het polaire veld (nog te onderzoeken!).
Een toename van 0,051 graad per eeuw heeft atmosferische oorsprong. Een eenduidige verklaring hiervoor is niet bekend, maar diverse mogelijke componenten worden genoemd.
We tellen daarna alle componenten op en vergelijken het resultaat met de gemiddelde temperatuur van de laatste 200 jaren. De bijgevoegde afbeelding toont de residuen over de periode 1800 – 2000. Er blijken flinke fluctuaties voor te komen, De meeste daarvan zijn van de orde van 0,1 graad maar er is een opvallend negatief residu van 0,2 graad omstreeks 1960 en een maximum van 0,3 graad rond 2000. Dat laatste is de huidige opwarming.

Uit onderzoek van het zongekoppelde temperatuurverloop gedurende het Holoceen blijkt de sterke invloed van de (hierboven beschreven) positieve terugkoppeling door waterdamp. Dat effect werd, onterecht, in vele onderzoeken niet in rekening gebracht. Opnieuw: dit verklaart waarom de invloed van de zon op klimaatveranderingen door velen insignificant werd genoemd.
Een heel recent voorbeeld: tussen de jaren ca. 1000 tot ca. 1300 was de zonsactiviteit sterker dan normaal. Recent onderzoek aan Siberische boorkernen (Dergachev en Raspopov, Reconstruction of the Earth’s surface temperature based on data of deep boreholes, global warming in the last millennium, and long-term solar cyclicity; in Geomagnetism and Aeronomy 50, 383 – 402, 2010) heeft (opnieuw) bevestigd dat gedurende dit zo geheten Middeleeuwse Maximum ook de aardse temperatuur hoger was dan normaal. Ze was zelfs vergelijkbaar met de huidige opwarming. In ons artikel worden meer van zulke door terugkoppeling versterkte opwarmingsperioden gedurende het Holoceen beschreven.
Kees de Jager
4 reacties op “Invloed van de zon op aardse temperatuur”







Prof. Drs. G.B.J. VanFrikschoten op 28 Jul 2010 om 00:42 #
In dit betoog van de Jager is weinig Chinees te lezen. Heb het vaker gemeld hier: Leg de grafieken van de zonnevlekken cyclus eens over die van de gereden elfstedentochten. Een enkele uitzondering in 100 jaar tijd is te zien. En alle oude volken op aarde die de zon tot God verklaarden zogen dat natuurlijk ook niet uit hun duim. Maar op zulke denkbeelden zit geen subsidie natuurlijk en aan de andere kant, om die subsidie te betalen, kun je er geen belasting op heffen…
Prof. Drs. G.B.J. VanFrikschoten op 28 Jul 2010 om 00:49 #
Klein puntje van discussie is de waterdamp. Inderdaad een broeikasgas maar vormt ook wolken waarvan men zou verwachten dat ze warmte tegenhouden overdag. Ik zou wel eens willen lezen: het hele verhaal vanaf de zon tot op de aardse bodem met alle feiten en beperkingen die er zijn. Dat zal een enorm werk zijn met als conclusie dat we het eigenlijk niet zeker weten waarbij de beschuldigende vinger wel naar boven wijst. Namelijk naar de zon.
F.Floor(64) op 28 Jul 2010 om 16:45 #
Maar voor @VanFrikschoten: maar dáár deed Nasa toch allang een studie naar en toen bleek dat als de oceaan 1 graad opwarmt: er meteen 45% meer
wolken worden gezien die boven de 10 kM hoogte uitkwamen: ONWEER!
En dat onweer een sterk verkoelend effekt heeft is toch bekend?
Dr.Hartmut Aumann van het Jet Propulsion Laboratory (JPL-Pasadena) bestudeerde gegevens over 5 jaar van een IR-instrument dat wolken in de tropen onderzoekt. Zijn conclusie is spijkerhard: (2 citaten)
* “Voor elke stijging van de gemiddelde oceaantemperatuur met 1 graad merkte het team een toename van 45% van wolken op de grotere hoogten.”
* “…dus als de Aarde momenteel 0,13 graden per decennium opwarmt – zal het aantal onweren/stormen ook elk decennium met 6 procent toenemen”.
De conclusie lijkt me nogal duidelijk: toen Katrina met zijn 25 stuks zeer boze onweren was langsgeweest en waarvan zijn staande lasboogvlammen alles en iedereen afslachtte zodat 5 x meer mensen waren verbrand dan die nog gewoon in de elektrisch watervloed van 5 mtr hoogte waren verdronken:
toen vroor het daarna 3 weken -28°C onder nul in een tropisch gebied.
Maar dán! Zulke dingen staat niet in wetenschappelijke literatuur maar moet je als onderzoeker vernemen van plebs zoals rampenjournalisten en hun filmpjes met ijspegels waren anders overtuigend genoeg…
Sander van der Wal op 29 Jul 2010 om 20:39 #
Ik heb altijd begrepen dat in de IPCC-rapporten juist waterdamp ook altijd staat als die positieve terugkoppeling, die ervoor zorgt dat het broeikaseffect van CO2 vertwee- of zelfs verdrievoudigd wordt. Maar in dit stuk van Prof. De Jager staat weer dat eerdere onderzoekers die de rol van de zon hadden onderzocht deze waterdampversterking niet meenamen.
Dit is vast veel te kort door de bocht, maar dit kan suggereren dat die onderzoekers door het verwaarlozen van het versterkende waterdamp-effect juist daardoor CO2 een te grote rol hebben gegeven.
Anderzijds, juist over het versterkende waterdamp effect hoorde ik steeds dat dit een niet bewezen effect was. In dit artikel is de waterdamp juist nodig om de metingen te verklaren.